Wat doet een aardpen precies?
Aardlekschakelaars en andere beveiligingen moeten een fout kunnen opmerken en de stroom kunnen afschakelen. Daarvoor is een verbinding met de aarde nodig. De aardpen maakt die verbinding: hij geeft de stroom een weg met lage weerstand naar de bodem.
Hoe goed dat werkt, hangt af van de weerstand tussen pen en bodem. Die weerstand wordt gemeten in ohm. Hoe lager de waarde, hoe beter de aarding. Daarom meten we na het slaan altijd, in plaats van af te gaan op de lengte van de pen.
Wanneer is een aardpen nodig?
De Nederlandse installatienorm NEN 1010 stelt eisen aan de aarding van elektrische installaties. In de praktijk komen we deze situaties het vaakst tegen:
- Een woning of pand waar de aarding ontbreekt of niet meer voldoet.
- Oudere panden waar vroeger de metalen waterleiding als aarding diende. Na vervanging door kunststof leiding is die aarding verdwenen.
- Nieuwe installaties, kasten of aansluitingen op een terrein waar nog geen aarding ligt.
- Installaties langs de weg, zoals verlichting en DVM-kasten, die een eigen aardvoorziening nodig hebben.
Hoe gaat het slaan in zijn werk?
De pen wordt met een slaghamer of trilapparaat de grond in gebracht, meestal in secties die aan elkaar worden gekoppeld tot de gewenste weerstand is bereikt. Daarna meten we de aardweerstand en sluiten we de pen aan op de installatie.
In veel gevallen is één bezoek genoeg. Is de bodem lastig, dan kan een langere pen of een tweede pen nodig zijn; dat blijkt tijdens het meten.