Eerst weten wat er al in de grond ligt
Voordat er machinaal gegraven wordt, is een KLIC-melding bij het Kadaster verplicht. Daarmee krijgt u de ligging van de kabels en leidingen die al in de grond zitten. Waar het krap wordt, wordt vaak eerst met de hand gegraven om bestaande leidingen veilig terug te vinden.
Waar let u op tijdens het graven?
Vijf dingen bepalen of een kabeltracé jaren goed blijft of later problemen geeft:
- Diepte: de kabel komt op de diepte die past bij het soort kabel en de eisen van de netbeheerder of opdrachtgever.
- Zandbed: de kabel ligt in schoon zand, zodat stenen en puin hem niet beschadigen.
- Markering: een gekleurde flap boven de kabel, zodat die bij later graafwerk op tijd wordt gezien.
- Mantelbuizen: waar de kabel onder een weg of inrit door gaat, zodat daar later niet opnieuw opengebroken hoeft te worden.
- Materiaal apart: grond en bestratingsmateriaal worden gescheiden, zodat alles weer netjes terug kan.
Netjes afronden
Na het leggen van de kabel gaat de sleuf laag voor laag weer dicht. Elke laag wordt goed aangestampt, zodat de grond later niet inzakt en de bestrating vlak blijft. Daarna wordt de bestrating teruggelegd zoals die was.
SHN Techniek graaft sleuven en kabeltracés met eigen materieel, legt de kabel of mantelbuis en herstelt de bestrating.